00:00
00:00
00:01
Transcript
1/0
Onze hulp is in de naam van de
Heere, die hemel en aarde geschapen heeft, die trouwen houdt in de
eeuwigheid en die niet laat varen, enig werk dat zijn hand begon,
amen. Genade zij u en vrede van hem
die is en die was en die komen zal, en van de zeven geesten
die voor zijn troon zijn. En van Jezus Christus, die de
getrouwe getuige is, de eerstgeborene uit de doden en de overte der
koningen der aarde. Amen. Kom laten we met elkaar gaan
zingen van Psalm 56 en daarvan het vijfde vers. Ik roem in God,
ik prijs het onfeilbaar woord. Ik heb het zelf uit zijn mond
gehoord. Vertrouw op God. door geen vrees
gestoord. Wat sterveling zou mij schenden."
En wat verder vol van Psalm 56, het vijfde vers. Ja. De schriftlezing voor vanavond
kunt u vinden in het Johannes Evangelie, hoofdstuk 15, Johannes
15, en dan lezen wij vanaf vers 18, dan lezen we door tot en
met het volgende hoofdstuk, het vierde vers, dus Johannes 15,
vanaf vers 18 tot en met hoofdstuk 16, het vierde vers, vooraf beleiden
wij het geloof met de twaalf artikelen. Ik geloof in God de Vader, de
Almachtige Schepper des hemels en der aarde, en in Jezus Christus,
zijn eindig geboren Zoon, onze Heren. die ontvangen is van de
heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria, die geleden heeft
onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergeduld
te rellen. Ten derde dagen weet u hem opgestaan
van de doden, opgevaren ten hemel, zittende de rechterhand gods,
de zanachtige vaders, van waar hij komen zal hem te oordelen,
de levenden en de doden. Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof één Heilige Algemene
Christelijke Kerk, de gemeenschap der Heiligen, vergeving der zonden,
wederopstanding des vleesjes en een eeuwig leven. Amen. Johannes 15, vers 18. En die nu de wereld haat, zo
weet dat ze mij eerder dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld
waard, zo zal de wereld het hare lief hebben. Doegomdat gij van
de wereld niet seid, maar ik u uit de wereld heb uitgekoren,
daarom haat u de wereld. Gedenk des woords, dat ik tot
u gezegd heb, dat een diens knacht is niet meerder dan zijn heer. Indien ze mij vervolgd hebben,
ze zullen ook u vervolgen. en die ze mijn woord bewaard
hebben, ze zullen ook het uwe bewaren. Maar al deze dingen
zullen ze doen op mijn naamswil, omdat ze hem niet kennen, die
mij gezonden heeft. En die nog niet gekomen waren
tot hun gesproken had, ze hadden geen zonde. Maar nu hebben ze geen voorwensen
voor een zonde. Die mij haat, die haat ook mijn
vader. Indien ik de werk onder hen niet
gedaan had, en niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen
zonde, maar nu hebben ze gezien, en beide mij en mijn vader gehaald. Maar dit geschiet, of dat het
woord vervuld worden, dat in hun wet geschreven is, ze hebben
mij zonder oorzaak gehaald. Maar wanneer de troost er zal
gekomen zijn, dan ik uw zin er zal van de Vader, namelijk de
Geestervaarheid, die van de Vader uitgaat, die zal van mij getuigen. En u zult ook getuigen, want
u bent van het begin met mij geweest. Deze dingen heb ik tot
u gesproken, opdat u niet geërgerd wordt. Ze zullen u nu uit de
synagoge werpen. Ja, de ure komt, dat een ingeluk
die u zal doden, zal menen goden een dienst te doen. En deze dingen
zullen zij u doen, opdat ze de Vader niet gekend hebben, nog
mij. Maar deze dingen heb ik tot u
gesproken, opdat, wanneer die uren zal gekomen zijn, gij ze
mogen herdenken, dat ik ze u gezegd heb, toch deze dingen heb ik
van het begin nog niet gezegd, omdat ik bij jullie was. Tot zover. zorg het aangezien van zeer gemeenschappelijke
bedden. Heere, gij eeuwig levende en
heilige God in de hemel, gij zijt het die ons vanavond opnieuw
bij elkaar gebracht hebt onder dit dak in uw huis, waar uw woorden
reeds geopend werd En wij uw Woord hebben gehoord, en mogen
dan tot u naderen, Heren, omdat wij verlegen zijn met onszelf. Ja, Heren, Gij weten wat nou
zo is, of we daarvan weten, die verlegenheid van of met onszelf. maar ook verlegen, Heer, om uw
zegen, en dat gij zelf onder ons dak zout inkomen, en Heer,
zelf door middel van de Heidige Geest en uw Woord krachtig zout
willen werken, dat onze zielen aangeraakt worden, dat wij, Heer,
niet meer dezelfde kunnen blijven, dat ons leven onderzocht mag
worden, en dat we onszelf mogen leren beproeven voor U, de alwetende
God, om te gaan leren vragen naar U, of Gij ons beproeven
wilt. Want als wij het doen, heren,
dan kunnen we nog denken dat het meevalt. Maar als Gij ons
komt te onderzoeken, dan moet al het onze er aan. O heren, wilt Gij ook dat geven,
of dat er plaats mogen komen voor uw genade, voor het eerst
en opnieuw. Heren, wilt Gij helpen in de
verkondiging van uw woord. Gedenk Uw Knecht, gedenk allen,
zoals wij hier samen zijn. Geef, Heren, dat wij een ogenblik
gevangen mogen worden onder het beslag van Uw Woord. en dat de
boze die altijd zoekt uw dienst te verstoren en te verwarren
geen plaats zal hebben, dat de gedachten heren niet verstrooid
zullen worden, en dat zorgen een ogenblik van ons mogen worden
afgenomen, zodat we in vrijheid uw Woord mogen ontvangen. Heer, dan weet Gij waarmee wij
vervuld zijn, dan kent Gij onze zorgen, Gij kent de zorgen van
hen die graag hiernaartoe hadden gekomen, maar niet kunnen, wees
hen nabij. Gij weet het, heren, van rouw
en smart, als dat in ons leven gekomen is. Geef daarin, heren, die vertroosting
te mogen kennen van uw Zoon, de Heer Jezus Christus, want
Hem te kennen is het leven. O, gedenk zo alle heren die een
kruis of moeite met zich mee moeten dragen. We zullen ieder van ons, heren,
die enige en die ware troost leren. Maak het zo nog gemakkelijk,
heren. Gedenk uw kerk hier in dit land,
maar ook in Nederland. Wil jij nog een opwekking geven,
nog wonderen werken, van bekeringen geloof. Gedenk uw vervolgde kerk. Ja, heren, er zijn zoveel plaatsen
in deze wereld waar men moet vluchten, omdat ze getuigd hebben
van uw lieve naam, waar ze van stad op stad gedreven worden
in vluchtelingenkampen verblijven. opgejaagd of gedood. Ach, Heerde, geef Gij getrouwheid,
maar als we dan ook vanavond daar iets van zullen horen, geef
dan ook, Heerde, dat wij onszelf mogen kennen, of dat wij, Heerde,
leren roepen tot U om getrouwheid, volharding, Heren, zo bidden
we voor de kerk die slaapt. Ach, heren, dan moeten we het
zelf beleiden. Hoe vaak dwalen we niet als een
schaap in het rond dat onbedacht zijn herder heeft verloren. Geef ons er toch oog voor, heren,
welke afmakingen er bij ons zijn, opdat we, heren, Uw achterraam
mogen kleven, omdat we niets zonder U zouden durven doen. Zoals Gij het zelf gezegd hebt,
zonder mij kunt Gij niets doen. Al heren wij zo met een ieder
van ons, ook met hen die ons lief en dierbaar zijn, in Nederland,
familie, uw dienaren, Wij vragen Heer om uw zegen en uw bewaring,
en boven alles om de verheerlijking van uw grote Naam, die te prijzen
is, tot in alle eeuwigheid. Amen. Tekstwoorden voor vanavond kunt
u vinden in het u voorgelezen schriftgedeelte, daarvan het
twintigste vers. Wat ik nogmaals met u wil lezen,
Johannes 15 vers 20. Gedenkt het woord dat ik u gezegd
heb, een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. En die zij mij vervolgd hebben,
ze zullen ook u vervolgen. en die zij mijn woord bewaard
hebben, ze zullen ook het uwe bewaren. Het gaat dan in het
bijzonder om die eerste woorden, gedenk het woord dat ik u gezegd
heb. Een dienstknecht is niet meerder
dan zijn heer. Ja, de reezes heeft dat meer
dan eens gezegd. Een dienstknecht is niet meerder
dan zijn heer, of een discipel is niet groter, niet heerlijker
dan zijn meester. In het Matthäus Evangelie kunt
u dat vinden. U kunt het ook in het Johannes
Evangelie vinden bij de voetwassing in het bijzonder. Als de heer
Jezus de voeten wast van zijn discipelen, dan zegt de heer
Jezus in dat kader ook dat een dienstknecht niet meer mag zijn
dan zijn heer. Dan gaat het over dat dienen. En hier als de heer Jezus opnieuw
zegt een dienstknecht is niet meer dan zijn heer, dan zegt
hij er iets bij. Gedenkt. Dat staat tegenover
vergeten. Gedenk, het woord dat ik tot
u gesproken heb, dat heeft vaker geklonken in het leven van de
disciplen. En dat is nou net een woord dat
wij het liefst zo snel mogelijk vergeten. Een dienstknecht is
niet meerder dan zijn heren. En hier gaat het in het bijzonder
over het lijden. Niet alleen in het dienen, zoals
u dat vindt in Johannes 13, de voetwassing, Maar ook als het
gaat over het lijden, dan is een kind van God, een dienstknecht,
niet meerder dan zijn meester, dan zijn heren. We zetten boven
de tekst Jezus' gedenkwoord. Een dienstknecht is niet meerder
dan zijn heer. Let op een drietal gedachten.
De eerste Dat gedenkwoord is een wachtwoord, in de tweede
plaats is dat gedenkwoord een struikelwoord en in de derde
plaats is dat gedenkwoord een troostwoord. Dus in de eerste plaats is dat
een wachtwoord, in de tweede plaats een struikelwoord en in
de derde plaats een troostwoord. We willen eerst met elkaar gaan
zingen uit Psalm 35 vers 9, 10 en 13 waarin het gaat over dat
lijden van de kerk of van een christen, ik zal aan de tegenwoordigheid
van het grote volk uw majesteit, de erkentemis van mijn hart bewijzen. En dan ook het tiende Zij spreken
nooit van vrede neen, maar zij bedenken listig geen ten val
van hen, die stil van zinnen de vrede dierbaars pand beminnen. En ook het dertiende laard vrome
juicht in talen tijd om een gerechtigheid verblijt, dien lust, dien ijver
nooit bedwingen, maar zeggen onder vrolijk zingen, verheerlijkt
zij de gehoogste God, Hij schenkt zijn knechten vreedzaam lot,
dan meldt mijn tong met diep ontzag, Uw recht, Uw lof, de
ganse dag, 35, 9, 10 en 13. MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK Het gedenkwoord van Jezus, een
dienstknecht is niet meerder dan zijn Heer, dat is allereerst
een wachtwoord. En een wachtwoord, dat is een
woord dat bij je hoort, dat weten de kinderen ook wel. Een wachtwoord,
dat is een woord dat bij je hoort. Je kunt het soms nodig hebben
voor een spel, dat je misschien met vrienden doet, op een computer. Maar een veel mooier voorbeeld
is eigenlijk, dat weten jullie misschien ook wel, de uitdrukking,
het wachtwoord der hervormers. Dat is dat lied van McChain,
eens was ik een vreemdeling voor God en mijn hart. Dat is ook een wachtwoord. En
er wordt niet voor niets een wachtwoord genoemd. In dat lied van mijn chain wordt
het onvervalst christelijk geloof de reformatie uitgedrukt en uitgezongen. En daarom is het een wachtwoord,
een wachtwoord dat bij elk waar christen herkenning oproept,
ook al kent die dat lied helemaal niet. Een wachtwoord dus. Ja, Zo is het ook voor een christen. Het lijden. Ik heb het al gezegd. Daar spreekt de Heer ervan. Dat blijkt uit het vers zelf
al. Die ze mij vervolgd hebben, ze
zullen ook u vervolgen. Daar is een dienstknecht van
mij, een discipel, niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij gehad. Ze zullen
ook U haten. En dan stelt Heer Jezus zichzelf
als een voorbeeld. Dat deed Hij al toen Hij de disciples
de voeten gewassen heeft, het opperkleed afdeed, door de knieën
ging, en daar met die schaal met water en dat doek langs de
disciplen gegaan is, daar heeft de Jezus zichzelf tot voorbeeld
gesteld. Ik heb u een voorbeeld nagelaten,
zo heeft hij gezegd. En nu zegt hij dat opnieuw ten
liefste. Ik laat u een voorbeeld na van
dat lijden. Hij moet lijden, waarom? Omdat
hij getuigd heeft van zijn vader. omdat hij de werken van zijn
vader gedaan heeft. En hij zegt, de wereld kent mijn
vader niet, en daarom hebben ze mij vervolgd. En zo zal het ook u vergaan,
als hij een volgeling van mij zult zijn. Dan zullen ze ook u haten, omdat
ze hem niet kennen die mij gezonden heeft. Zijn vader. En dan spreekt
de Heerde Jezus, als het hierover gaat, heel duidelijk dat het
lijden bij elk Christen hoort. Het lijden in navolging van Christus,
dat hoort helemaal bij het ware discipleschap, bij een volgeling
van de Zaligmaker. En dan zegt de Heer vers 19,
Indien gij van de wereld waard, Dat zijn ze niet meer, want ze
zijn van hem en hij gaat ze vrijkopen en loskopen. Zo zou de wereld het haren lief
hebben, toch omdat gij van de wereld niet bent, maar ik u uit
de wereld heb uitgekoren. Daarom haat u de wereld. omdat ze van de wereld niet zijn,
maar van Christus zijn. Ja, dat woord, een dienstknecht
is niet meer dan zijn Heer. Dat lijden dat in de navolging
van Christus komt, waar hij ook duidelijk van gesproken heeft
in het Matthäus Evangelie, dat hij achter hem wil komen, dat
hij zijn kruis op zich moet nemen om hem te volgen. Wie verstaat
dat woord nu eigenlijk? En wie verstaat dat nu eigenlijk
niet? Laten we daar eens mee beginnen. Wie verstaat dat woord nu eigenlijk
niet, dat gedenkwoord van Jezus? Een dienstknecht is niet meerder
dan zijn Heer. Dat lijdenswoord. Ja, dat is een woord dat wordt
niet verstaan door die christen, die kerkganger, die volgeling,
die nog zo gemakkelijk met de wereld mee kan. En die nog in de wereld geliefd
koost worden. In de wereld zult gij verdrukking
hebben. En dan zegt Jezus, waarom? We
hebben dat niet gelezen, maar u vindt het in vers 14. Gij zijt
mijn vrienden. Zo gij doet wat ik u gebied.
Ik heet u niet met dienstknechten, want de dienstknecht weet niet
wat zijn heer doet, maar ik heb u vrienden genoemd. Want al wat ik van mijn vader
gehoord heb, dat heb ik u bekend gemaakt. Ach, als Christus nog nooit zichzelf
geopenbaard heeft, aan je ziel. Wat weet je er dan van wat het
betekent om van Hem, van Christus te zijn? Daar ligt er nog een zaak voor
in. Of ik nog van de wereld ben. Ook met een gedoopt voorhoofd. Omdat ik nog met deze wereld
zo goed uit de voeten kan. O nee, als wij nog een vriend
van de wereld zijn. Weet je wat Jacobus dan zegt? En dat schrijft hij niet tot
een wereldling, maar tot de gemeenten. Als je een vriend van de wereld
bent, dan is dat vijandschap gods. Het kan niet. En daarom als we
nog een vriend van de wereld zijn, dan kennen wij dit wachtwoord
niet. Dat er lijden bij het ware christendom
hoort. En Paulus zegt het ook tegen
Pimotius en ook alle die godzalig willen leven in Christus Jezus,
die zullen vervolgd worden. Allen die overgebracht worden
uit de duisternis tot het wonderbare licht van zijn evangelie, die
moeten dan gaan leren dat Christus gezegd heeft Gedenkend woord
heb ik u gezegd dat een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Als u daar iets van weet, ik
heb uw vrienden genoemd, want al wat ik van mijn vader gehoord
heb, dat heb ik u bekendgemaakt. Als Christus u bekend geworden
is als die allerhoogste profeet, priester en koning, die u onderwees,
die de wet bedient heeft aan uw ziel, want dat doet Christus. Hij bedient de wet. Er is er
niet één van alle predikers op aarde geweest die de wet zo scherp
gepredikt heeft en bediend heeft aan Christus zelf. Opdat hij ook die hoge priester
zou zijn die uw zonden zou verzoenen, dan is hij ook uw koning geworden.
En dat was nou die koning die zichzelf overgegeven heeft tot
in de dood. Dat is die weg van de kruiskoning. En dat is nou de weg van alle
die hem volgen. Die moeten gaan leren dat dat
gedenkwoord van het lijden een wachtwoord is, dat het niet anders
kan, dat alle die godzaliglijk wensen te wandelen in Christus
Jezus, dat die vervolgd moeten worden. En dat begint misschien niet
direct. Ja, als u werkelijk overgebracht
bent uit de duisternis, uit de dood tot het leven, dan is het
waar, dan krijgt u als het ware dat wachtwoord van begin af mee. Dat is waar. Maar dat wil niet zeggen dat
we dat meteen ook verstaan en beseffen. Maar het komt wel. Vroeg of laat. Omdat je Een heren mag vrezen,
het allerhoogst en het eeuwig goed dat je moeilijk krijgt met
de wereld om je heen. Dat kan betekenen dat we door
een overheid worden gekort en geknot. En dan is dat hier in Canada
en in Nederland nog niet zo als op vele andere plekken op deze
wereld, dat weet ik. En toch kan dat ook hier een
bepaalde plaats hebben dat ook een overheid het hoe langer hoe
meer moeilijker maakt en afscheid neemt van alles wat maar ruikt
naar het christendom. Kan zijn dat je moet gaan leiden,
niet alleen door de overheid, maar ook aan de kerk en aan de
kerken. Het kan zijn dat we moeten gaan
lijden als gezin. Als je de Heere vreest, dan moet
je maar erop rekenen dat er veel op af komt. Dat is de weg. Waar de hemel in beweging komt,
komt de hel erop af. En ook de enkeling. Ik weet het. Zijn er die de heren
vrezen en die daar in een familie of in een gezin alleen staan,
die een man of een vrouw tegen zich krijgen. Dat is wat. Dat kan de weg zijn. Genade is wel bijzonder nodig
om daartoe gewillig gemaakt te zijn. Het kan zijn in de kerk,
dat we in de kerk of in de gemeente ook in de griffen met de gezinten
en ook in een steltevormde kerk, moeilijk kunnen hebben. Om dat leren vrezen. Kan dat ook? Ja, dat kan ook. Als de Jezus hier spreekt over
de wereld, dat leest u, dat de wereld hem heeft gehaakt. en dat de wereld ook zijn volgelingen
haakt in het negentiende vers. Dan spreekt de Heer Jezus in
dat geval in datzelfde kader ook over de kerk. Die worden net zo goed tot de
wereld gerekend door de Heer Jezus. Kijken we naar vers 2 van het
volgende hoofdstuk. Zij zullen u uit de synagoge
werpen. Ja, de ure komt, dat een ijgelik
die u zal doden. Het is alleen de Goden dienst
te doen. Wordt de synagoge bij de wereld
gerekend. En zo kan het ook vandaag zijn. Dat omdat je God vreest, dat
je gehaat wordt, tot in je kerk en in je gemeente toe. Dat is niet ondenkbaar. Dat je smaadheid moet leiden,
overlast, verachting, bespotting, laster. Denk maar eens wat er net gebeurd
is, of ik moet zeggen, ja dat is net gebeurd, de blindgeborene,
dat is nog niet zo lang geleden. Die blindgeborene die het licht
heeft ontvangen van de heer Jezus. Weet u wel, er is iets gebeurd
met die man. Want daar heeft de heer Jezus
slijk op zijn ogen gestreken, Toen heeft hij zijn onreinheid,
heeft hij tastbaar gemaakt. Met het slijk aangewezen, tastbaar. En toen, afwasbaar. Toen moest hij naar de Siluan,
het water, om zijn ogen te reinigen. Dat is de weg. Die, die de weg der zaligheid
geleerd hebben. die aangewezen werden in een
onreinheid. En waar die onreinheid tastbaar
gemaakt moest worden. Omdat ze met alle vuiligheid
daar terecht moesten komen waar hun ogen gereinigd konden worden. Nou, die man wordt gehad, want
als ze hem op een gegeven moment vinden, hebben ze eerst zijn
ouders gesproken, weet je wel. Ja, die zijn bang en die zeggen,
nou vraag het zelf maar hem. En dan vinden ze hem, en dan
getuigt deze man ervan dat dat God wel met hem moet zijn. Met die Christus, met die Jezus
van Nazareth, want niemand kan zulke grote werken doen of God
moet wel met hem zijn. Wat gebeurt er dan? Hij gooit zich uit de synagoge. Dat is wat er gebeurt. En Lazarus, weet u wel, Die man, die uit het graf is
opgewekt, niemand kon er omheen, maar zijn wonder aangeschied. Dat wisten de fariseeën ook wel,
en de zamuseeën. En wat gingen ze doen? Ze beraamden een plan om ook
lazeres uit de weg te ruimen. God heeft het verhinderd. Maar dat is de weg waar je als
een blind geboren, Het licht der wereld mag leren kennen om
hem te volgen. Dan komt de duisternis op je
af. Of het nou in de wereld is of
in de kerk. De duisternis verdraagt het licht
niet. Ja. En dacht u dat er iemand van
ons bereid is om die weg te gaan? Geen mens. Daar is geen één mens
op aardig bereid om die weg te gaan. Ook een vogeling van Jezus
niet. We zijn er wel mee begonnen dat
het een wachtwoord is. Omdat het helemaal bij het ware
leven met God hoort. Het kan niet anders. Maar er is de geneen van zichzelf
gewillig bereid om die weg te gaan. Daar is er maar één geweest,
die als hij gescholden werd niet wederschoot. Die zweeg. die stom bleef, gelijk, een schaap,
dat geschoren moest worden, dat stemmeloos is. En daarom gemeente, dat moet
van hem geleerd worden, wat dat is, dat dit woord, dat gedenkwoord
ook een wachtwoord is, dat het lijden nu werkelijk behoort bij
de navolging van Christus. Dan moeten ze hem leren kennen
in zijn lijden. Maar in de eerste plaats is het
voor ons ook een struikelwoord, in de tweede plaats. Een struikelwoord. Wij zijn vijand van het lijden. Welke vorm dan ook. Ja, u weet wel, we hebben het
over struikelwoorden. Struikelwoorden, dat zijn woorden
die we niet zo gemakkelijk kunnen uitspreken. Dat ervaren we in het bijzonder
wel hier. Als bepaalde Engelse woorden
niet gemakkelijk zijn uit te spreken, dan kies je een eenvoudiger
woord. Maar er zijn ook woorden die
je niet gemakkelijk kunt uitspreken, vanwege de inhoud. Zo zeggen we wel eens tegen iemand,
sorry, staat zeker niet in je woordenboek. Dat is niet zo moeilijk
uit te spreken, sorry. Maar, dat is een woord dat we
niet gemakkelijk over onze lippen krijgen vanwege de inhoud van
dat woord. En zo is het ook met dit woord. Gedenk het woord dat ik u gezegd
heb, een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Dat is
een struikelwoord, een woord waar we over kunnen struikelen. Het moet als het ware in dat
woordenboek geschreven worden, van boven, of het komt er niet
in. Het zal erin komen hoor. Bij een ieder die de Heerde van
harte vreest en zoekt, kan niet anders. Het zal er altijd in
komen. Alle ware christenen zouden er
nou zelf dat woord erbij schrijven, als in een woordenboek. Ze moeten het leren, allemaal. Ja, we hadden het er liever niet
in staan. En dat blijkt ook wel uit. De context waarin we dit kunnen
lezen, dat ook de Discipelen die het niet begeerd hebben en
hier ook niet toe gewillig waren. Hoogstuk 16 vers 32 bijvoorbeeld. Daar zegt de Heer Jezus, zie
de uren komt en is nu gekomen dat gij zult verstrooid worden,
een igelik naar het zijne, en gij mij alleen zult laten. Ziet u aan. Dat zijn nou de discipelen van
de Heer Jezus. Hij zegt hier, gedenk dat woord. Maar tegelijkertijd spreekt Hij
er ook van, dat zij zich zullen ergeren. Zij zullen alle aan Hem geërgerd
worden. Weet je wat dat betekent in het
Grieks? Dat betekent eigenlijk zoiets
als struikelen. Vandaar ook die tweede gedachte,
een struikelwoord. Al de discipelen zullen daarin
hun vlees, hun natuurlijk bestaan tegen hebben. Ze willen niet lijden. Ze struikelen. Zo vindt u in vers 1 ook, vanaf
vers 16, deze dingen heb ik tot nu gesproken, dat gij niet geërgerd
wordt. Ze zullen struikelen over dat
woord van Jezus en ze moeten ertoe bereid worden gemaakt. Nou, dat weet u van Judas. Dat lijden stond niet in zijn
woordenboek, want het miste de warachtige vrezen der zeren. Daarom stond het er niet in.
was niet bereid om de kruiskoning te volgen. En is daarin ook openbaar gekomen. Petrus, Petrus had dit wachtwoord
als het ware wel van het begin en mee gekregen. Dat is de weg. Een dienstknecht is niet meerder
dan een heer en een disciple is niet meer dan een meester,
dat had er Jezus wel drie keer gezegd en misschien wel meer
keer. Maar dan zien we ook dat Petrus niet bereidwillig is om
dat lijden te aanvaarden. En ook alle anderen, ze zijn
gevlucht, waarbij Jezus genomen werd. Ziet u dat? En ook, u kunt dat vinden bij
de apostel Johannes. Die zegt dan, verwondert u niet
mijn broeders, zo u de wereld haat? Dus van de volgelingen
van Jezus tot wie Johannes de apostel schrijft in zijn eerste
centbrief zijn er ook die verwonderd zijn. Ze hadden er niet mee gerekend,
dat is het. Als een kind van God te maken
krijgt met die weg van smaad, van hoon, van overlast, van laster,
dan weet hij niet wat hem overkomt, dat hij niet meer gerekend. Hij moest het wel weten. Maar heeft er niet mee gerekend
en waarom niet? Dat vlees, die verdorven ik,
die verdorven aard, rekent niet met lijden, kan toch niet aanvaarden? Ziet u wel? Welgemeet, ik weet niet hoe het
hier is, maar ik zie dat wel om mij heen. Dat mensen zo gemakkelijk
iets in de mond kunnen nemen als het gaat over dat gelijkvormig
worden naar het beeld van Christus. Dat moet toch gebeuren aan een
christen? Een christen moet toch het beeld
van Christus gelijkvormig zijn? En nog erger, dan zijn er ook
die menen dat ze dat ook zijn. Die het bij zichzelf kunnen aanwijzen. Maar dan moeten we het wel helemaal
nemen zoals het Woord het ons voorhaalt. Dan ook dat lijden. Want als godskinderen ergens
het beeld van Christus moeten gaan leren dragen, dan is het
wel in dat lijden, achter hem aan. En dan moet dit mondje al snel
dicht. Wie zou dan nog durven zeggen
vanavond, nou dan ben ik het beeld van Christus enigszins
gelijk voor me geworden. Je bent er een vijand van, een
vijand van lijden, een vijand van de weg van Christus, van
nature, maar ook als je genade kent, wil je helemaal niet aan
die weg, zo'n weg? En dan is de eerste reactie,
als wij ermee van doen krijgen, met dat lijden, dat dat stuurt
op weerstand, weerstand in ons eigen boze hart. Maar moeten we niet vreemd voor
hem opkijken. Ach, misschien is dat wel gebeurd,
dat de heren vreest. En dat moment kwam inderdaad,
kwam heel dichtbij. Omdat u ging getuigen van de
heren en zijn dienst, van zijn goedheid, en hoe goed het is
om de heren te vrezen, Kijken de mensen u vreemd aan. Ze begrepen u niet meer. Wenden
zich van u af. Misschien uw familie. Of in de kerk. Of op uw werk,
dat kan ook. Dat u wel een plek had waar u
dacht, nou ga ik aan iedereen vertellen, hoe goed dat de Heer
is. Blijmoedig en vrijmoedig. En ineens kom je erachter wat
er dan gebeurt. krijg je tegenstand. Hoeft niet
altijd zo te zijn hoor, maar het kan wel. Moet je er niet
vreemd van opkijken. Dat is de weg. Maar weet u, dat is een strijd
van een waar christian. Als hij daarmee van doen krijgt,
dat het in zijn vlees valt. Dat hij wil opstaan. Dat hij gaat vechten. Wordt niks
hoor. Weet u wat daar gebeurt? Dan blijft het om. Als u zich niet wenst te onderwerpen
aan die onderste weg van smaatheid, lijdens, bespotting en hoon,
omdat u de Heere wenst te vrees, wat doet u dan? Dan verheft u zich boven uw meester. En hij heeft gezegd, een dienstknecht
is niet meerder dan zijn Heer. En die ze mij vervolgd hebben,
ze zullen ook u vervolgen. Dat is de weg. Ja, wat heb je dan nodig? Hetzelfde als wat u ziet bij
de apostelen. Lees er die eerste hoogstukken
maar eens na. En ook daarna heel het boek Handelingen
is er vol van. Dat waar er getuigd wordt van
de naam van de Zoon van God, dat er tegenstand komt onder
Jood en Heiden. En als we dan een van die eerste
keren lezen dat de apostelen in de gevangenis zitten, waar
ze eerst bij de gevangenneming van Jezus weggegaan zijn, weggevlucht,
Hem hebben verlaten. Dan leest u in de schrift dat
ze verblijt waren, dat ze waardig geacht werden om te lijden om
Jezus' wil. De Heere werkt het nou zelf. Hij zet het er zelf bij in dat
woordenboek van de zijnen. En misschien hebt u het ook wel
gezien. Dat is heel belangrijk. Dat moeten
we altijd vasthouden. Als God, als de Heer Jezus een
bevel geeft, dan geeft Hij ook de belofte erbij. Anders zou het nooit kunnen. Want nu zegt Hij in vers 4 van
opstuk 16, maar deze dingen heb ik tot u gesproken, of dat wanneer
de uren zal gekomen zijn, gij aan dezelfde moogt gedenken,
dat ik ze u gezegd heb. Toch deze dingen heb ik u van
het begin niet gezegd, omdat ik bij u lieder was. Daar zit
een belofte in. Eerst heeft hij bevel gekregen,
gedenkt, en vervolgens aan het einde van dit gedeelte, gij zet
een belofte erbij. Moeten we altijd vasthouden.
Het bevel zegt niet wat u kunt. Er zijn vele duizenden christenen
in deze wereld die van het bevel maken wat het niet is. Het bevel zegt alleen maar wat
moet en niet wat u kunt. Maar de belofte van het evangelisch
zegt wat Christus doet. Wat de Heilige Geest uitwerkt.
Altijd bij elkaar houden, anders moet u gaan denken dat u het
zelf moet gaan doen. Dan zegt de Heerde Jezus, gedenk
het woord dat ik u gezegd heb, een dienstrecht is niet meerder
dan zijn Heer. En u denkt dat u die onderste
plaats moet gaan innemen, u zult het niet doen hoor. Komt u wel achter. Maar dan heeft Hij ook gezegd,
dat hij nou zelf zal gaan uitwerken, dat het zal geschieden. Als ze
in die uren komen, in die uren van het lijden, dan zal het hergegeven
worden, zoals u ook op andere plaatsen vindt. Als ze voor de
rechtbank gesleept worden, nou zegt de Heer Jezus, maak u maar
geen zorgen, want in die uren zal de Heilige Geest, zal mijn
Vader u geven te spreken wat hij spreken moet. Nou zo is het ook hier. Hij zal geven zelf, dat dit woord
ook daadwerkelijk gestald te krijgen in hun leven. Laten we eerst dan met elkaar
gaan zingen van Psalm 118 vers 3. Ik werd benauwd van alle zijden
en riep de Heer ook moedig aan. De Heer verhoorde mij in het
lijden en deed mij in de ruimte gaan. De Heer is bij mij, ik
zal niet vrezen. De Heer zal mijn getrouw behoen,
dat God mijn schuld en hulp wil wezen. Wat zal een nietig mens
mij doen? 118 vers 3. MUZIEK. gemeten, het is ook een troostwoord,
dat gedenkwoord van de Heer Jezus, juist om die belofte die Hij
daarin ook uitgesproken heeft, zegt Hij dat het aan hen zal
geschieden. Ze hoeven het niet zelf te bewerken,
Maar het zal aan hen geschieden. En natuurlijk, ze leren zichzelf
beproeven. En ze leren zichzelf tegen te
krijgen wat het nou inhoudt. Ze leren zichzelf al meer en
meer kennen, hun vlees, hun verdorven aard. Gaan ze ook verstaan wanneer
sterven aan het eigen ik plaats moet vinden, wel bijzonder dan
als die weggegaan moet worden, verminder worden door de diepten
heen. Maar het is ook een troostwoord
omdat de Heer Jezus juist ook in dit kader gesproken heeft,
en ook op meer plekken, Je moet eigenlijk altijd die hoofdstukken
bij elkaar nemen. Hoofdstuk 13 tot en met 16. Dan vindt u heel veel onderwijs
van de Heer Jezus in die laatste ogenblikken die Hij samen met
zijn muziekplein heeft doorgebracht voordat Hij gevangen genomen
wordt. Maar dan leest u in vers 26 van
hoofdstuk 15 Maar wanneer de troost er zal gekomen zijn, die
ik u zenden zal, van de Vader, namelijk de Geest der waarheid,
die van de Vader uitgaat, die zal van mij getuigen. En ge zult ook getuigen, want
ge is uit van de beginnen met mij geweest. Ja, getuigen. Dat staat in het Nieuwe Testament
gelijk aan Leiden. getuigen roept het lijden op,
brengt het met zich mee. Ja, wij zullen de heren door
de Heilige Geest dat ook werkelijkheid maken in het leven van de zijnen. En als u dan leest dat ze in
die uren gedachtig zullen worden aan hetgeen hij gesproken heeft,
dus zoals u vindt in het vierde vers, ze zullen gedachtig worden,
ze zullen gedenken aan datgeen wat hij gesproken heeft, dus
ook aan dat gedenk wordt, dan staat dat niet los van het werk
van de Heilige Geest. U vindt het ook in ons stuk 14
vers 26. Maar de troost in de Heilige
Geest, welke de Vader zender zal in mijn naam, die zal u alles
leren en zal u indachtig maken, alles wat ik u gezegde. Hij zal
het ze leren. In het uur van het lijden. Misschien heeft u ook al gedacht,
ja, als dat nou dichterbij komt. Niet alleen ver weg in die landen
in het Midden-Oosten of in Indonesië of, nou noem maar op, Noord-Korea. Maar als het nou eens heel dichtbij
komt, Wat dan? Nou, dan zegt de Heer Jezus,
in die uren van het lijden, dan zullen ze gedenken. Dat is het werk van de Heilige
Geest. Dan zal je het waarmaken. Maar hoe gaat dat dan? Ach, Wanneer wordt nou een volgeling
van de Heer Jezus gewillig om die weg te gaan? Als ze de Meester voor zich hebben,
als ze Hem leren kennen, dan gaan ze Hem ook dieper leren
kennen, juist in dat lijden. Want als ze gaan gedenken aan
het Woord van Christus, dan moeten ze allereerst gedenken aan Hem
die meer is Ze zullen niet meer zijn, want Hij is meer. Dan zullen ze gedenken aan dat
kruislijden dat Hij doorgaan heeft. Gaan ze zijn gang dieper
leren verstaan. Ze gaan naar het kruis. Dan gaan ze zien wat het Hem
gekost heeft om zijn kerk los te komen. ga ziets gestaan van
de lijden dat Hij gedragen heeft plaatsvervangend, waar al de
machten van de hel zich tegen Hem gekeerd hebben, eerst toen
Hij in de woestijn ronddolde, toen Hij veertig dagen verzocht
het, later aan het vloekhout des kruises, waar die machten
van de hel Hem benauwd hebben, en waar zijn benauwers gespot
hebben, indien Gij, God's Zoon, zei, kom af van het kruis, waar
Hij gegezeld werd, bespot en bespogen, geslaagd, als we daar
iets van krijgen te zien, Hij voor mij, dat ik anders de eeuwige
dood had moeten sterven, dan zal Hij ze gewillig maken, om
die gang te gaan. Dan gaan ze het zeggen, hij heeft
de pers alleen getreden, hij deed het plaatsvervangend en
hij hoeft het niet te doen. Ik mag het doen. Dan mogen ze dan leren in de
navolging van hem en dan gaat de heer ze gewillig maken. Wat
doet hij? Ze sterven aan wie ze nou in
zichzelf zijn. Dat is de evangelie. Je moet
altijd goed ergen houden. Ze sterven aan zichzelf door
de liefde Gods in Christus. In harten uitgestort. En waar
ze dan meer van gaan leren kennen, daar sterven ze ook meer aan
zichzelf. Ziet u wel? Ben je bang voor jezelf, of niet? Hoeft maar wat te gebeuren. Dan
gaat je vuist al omhoog. Ben je nooit bang voor jezelf? O, wat is dat nodig? Dat zij mogen overdenken wat
het hem gekost heeft. Dat zij mogen zien wie hij nu
is. In zijn liefde tot de dood. om
daar te leven, sterven, aan alle eigen eer, eigen roem, alle zelfzoekerij. Is dat ook nou het verlangen
van je hart? Zit er onder ons ook nog die
bang zijn van zichzelf, die het ook zo nodig hebben, dat de Heer
je doet sterven, aan wie je nou in jezelf bent, ongewillig te
worden, die gang te gaan die Hij gewezen heeft, Wat wil Hij
geven aan dat volk dat in zichzelf zo verkeerd en verdraaid is en
zo benauwd wordt van zijn eigen hart? Wie gaat Hij nou bedienen
door de Heilige Geest? Gaat Hij ze laten zien wie Christus
nu is in zijn liefde tot de dood? Gaat Hij ze nog dierbaarder voor
hen maken? Worden zij kleiner dan wordt
Hij groter? O, wat zijn we afhankelijk! van
de bediening des geestes. En daarom is het ook zo'n troostwoord,
dat de heer Jezus dit nou heeft uitgesproken, wetende welke gang
zijn discipelen zouden gaan. Hij weet ook wel, als hij zegt,
gedenk het woord dat ik u gezegd heb, een dienstknecht is niet
meer dan zijn heer, dan weet hij ook wel welke gang zijn discipelen
nog zullen maken. dat ze dit woord niet kunnen
opvolgen, maar dat gaat hij nou allemaal voor hen verdienen,
verwerven aan het kruis. Als hij gaat hangen als een vloek
in die duisternis van de godelijke verbogenheid, gaat hij dat voor
hen verwerven, dat hij ze ook zou kunnen bedienen door de Heilige
Geest, om zichzelf voor te stemmen als die leidende borg, als die
overste leidsman. O, wat is dat nodig, om in die
verborgen omgang gebracht te worden, om hem meer en meer te
mogen aanschouwen. om in die weg gewillig gemaakt
te worden om Hem te dienen. Niet alleen in het lijden, maar
ook in alle andere opzichten. Kijk, dat nou een troost gaat
Heren nou zelf in hun leven vervullen, omdat Hij ook dat verworven heeft. En is alles uit Hem, door Hem
en tot Hem. Mocht een troost zijn, voor hen
die zoveel smarten moeten hebben omdat ze zichzelf tegen hebben,
omdat ze niet bereid zijn om hun land te volgen waar hij ook
heen gaat, en die toch begeren zijn weg te gaan om te sterven
aan zichzelf. Het is een troostwoord. Hij zal
het aan al de zijnen vervullen. Ja, in die weg Zullen zij minder
worden? Zal hij heerlijker worden? En
gaan ze ook leren verlangen naar die dag dat ze uit de nacht zullen
zijn verlost en de morgenstralen opgaan, waarna het nooit meer
nacht zal worden. Waar ze ontslagen zullen zijn
van het lijden. waar Hij, zal zeggen, komt in. Gij gezegde des Vaders en beerf
het Koninkrijk dat voor U weggelegd is en voor de grond legging de
wereld. Amen. Zullen we samen danken. Heren die weg tegen ons vlees
Maar voor de eer van uw naam is toch de beste weg, want het
zijn de ogenblikken waar Gij de uwe in leidt in dat heilgeheim
van die liefde gods in uw Zoon Jezus Christus. Ach heren, dan hoeven we niet
te staan naar lijden, hoeven we niet te zoeken, maar wel naar
de gewilligheid, wel naar de gewilligheid om u te dienen en
te vrezen, u wel te staan, om nou dagelijks aan onszelf te
sterven, om voor u te leven. En dan weet gij, heren, hoe het
met ons persoonlijk is, of we nu nog een vriend zijn van de
wereld. Dat is vijandschap God, zegt
uw woord, O Heer, geef nog dat we van alle valse rust verlost
zullen worden, en niet eerder zullen rusten, dan dat we er
wetenschap van hebben, niet van onszelf meer te zijn, maar te
weten een vriend van Hem te zijn, die gezegd heeft, ik heb de woorden
van mijn vader aan u bekendgemaakt. O Heer, geef dan dat we alen
bekeerd zullen worden. en allen die ons lief en dierbaar
zijn, die thuis hebben meegeluisterd of misschien thuis op bed gebracht
zijn. Ach, wilt Gij u ontvermen en
zo geven, Heren, dat uw naam verheerlijk mogen worden! Wij danken u voor uw woord. Welgemet ons in het verder van
deze dag en avond, en in het verder van de week, gedenken
ieder, in zijn of haar omstandigheden, nadat Hij ook nodig heeft. We binden alles van U in de vergeving
van al onze zonden om Jezus' wil. Amen. Zingen wij op Psalm 63 en daarvan
het vierde vers. Wanneer ik op mijn leger stee
aan Uw gedenk in stille nachten, dan pijnst mijn ziel met alle
krachten hoe gij voorheen in angst en wee, als mij de vijand
wilde omringen, mij vaardig zij ter hulp geweest, die zal hem
nu ook onbevreesd in schaduw van uw vleugelen zingen." Psalm
63, vers 4. Amen, amen, amen, amen. GELUID VAN KORKMUZIEK. Ja. De genade van ons Heer Jezus
Christus, en de liefde God des Vaders, en de troostvolle gemeenschap
des Heiligen Geestes zijn met u allen. Amen.
Johannes 15
| Sermon ID | 7316104332 |
| Duration | 1:18:46 |
| Date | |
| Category | Midweek Service |
| Language | Dutch |
© Copyright
2026 SermonAudio.