00:00
00:00
00:01
Transcript
1/0
onze hulp en onze enige verwachting. Sta in de naam des Heer en Heren,
die hemel en aarde geschapen heeft, die trouwen houdt en eeuwig
leeft, en die nooit laat varen enig werk, dat zijn hand begonnen
is. De genade zij u en vrede van
hem die is en die was, en die komen zal, van de zeven geesten
die voor zijn troon zijn, en van Jezus Christus, die de getrouwe
getuige is, de eerstgeborene uit de doden, en de overste van
alle koningen der erde. Amen. Geliefde, laten we zingen
van Psalm 119. Wij zingen altijd dat gedeelte,
daarvan het zeventiende vers. 119 vers 17 Zang en muziek De lezing uit Gods heilige en
ontvelde woord komt tot ons in de avontuur uit Psalm 119 vers
33 tot en met 40. Vooraf leiden we met de kerk
van alle tijden en plaatsen. Ons algemeen christelijk geloof
met de woorden van de twaalf artikelen. Ik geloof in God de
Vader, de Almachtige Schepper des hemels en der ergens. en
in Jezus Christus zijn enig geboren Zoon, onze Heer, die ontvangen
is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria, die geleden
heeft onder Pontius Pilatus is gekruisigd, verstorven en begraven,
nederverdaald te hebben. Ten derde dagen wederom opgestaan
van de doden, opgevaren ter hemel zittende terechter aan God, de
zalmachtige vaders, van waar hij komen zal om te oordelen
de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof één Heilige, algemene
christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving der
zonden, de wederopstanding des vleesers en een eeuwig leven. Amen De heilige schrift wordt
gelezen uit Psalm 119 vers 33 tot en met 40. Ere leer mij de
weg u erin zet ik en ik zal hem houden ten einde toe. Geef mij het verstand en ik zal
uw wet houden. Ja, ik zal ze onderhouden met
ganse harten. Doe mij treden op het pad uw
gewoden, want daarin heb ik lust. Neig mijn hart tot uw getuigenissen
en niet tot gierigheid. Wend mijn ogen af, dat ze geen
ijdelheid zien. Maak mij levend door uw wegen. Bevestig uw toezegging aan uw
knechten. die u vrezen toegedaan is. Wend mijn smaatheid af, die ik
vrees, want uw rechten zijn goed. Zie, ik heb een beheerder tot
u bevelen. Maak mijn leven door uw gerechtigheid. Tot dusver, laat ons desheer
aangezicht zoeken. Ach keren, zoekt u ons toch maar. Want U zoekt en vindt. En als U gaat zoeken, vinden
wij het ook. Want U zegt, U zie, hier ben
ik, zie, hier ben ik. En Heren, wij bidden U zegen,
U woord dit avontuur niet alleen hier onder ons, het mogen zo
zijn, maar bij alle die mede luisteren waar ze op zijn in
de wereld. Want de wereld is de akker, en
u bent de landman, en u zoekt vrucht naar recht. Niet vrucht, maar vrucht naar
recht. Verheerlijk u zelf, heren, en
niet de christen, maar uw zoon, want daarin hebt ge welbehaagd. Al U welbehagen, en degenen die
in Hem zijn. Ach, denk stiekem eenzamen, bedroegden,
roodradenen, en die de weg niet meer weten. Heer, laat de weg uw Zoon zijn,
die zegt, Ik ben het. Haal maar plaats voor in ons
leven bij de aanvang en bij de verdere voortduur. Gedenk onze jeugd, heren, van
de oliekinderen, onze kinderen, kleinkinderen. Ja, ik vraag het, omdat ik weet
dat u de Goddesverbond schrijft als iets. Tot in het laatste nageslacht
zult U werken, tot het einde van deze wereld gekomen is, en
één nieuwe hemel, en één nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont,
waar alle tranen van dool worden afgewist, en waar Uw heerlijkheid
de glanzende majesteit is. Ach, mochten we er alle komen
hier. Is toch niet teveel. Maar U kent de Uwe, en daar buiten
wordt niemand zalig, dat weet ik. Maar ik weet niet meer dat
zijn, dat weet U alleen. Heilig Uw Woord. Gedenk het werk
der zending. De Malari, Zuid-Afrika, Flebus,
U mogen hem gedenken. nu ook zijn vrouw overleden is. Ach heren, ach heren, we hebben
gezondigd, we hebben gezondigd en we zijn nog zonder. Vlees kan u niet behagen en onderwerpt
zich aan uw wet niet en we dragen het om. totdat u daarvan verlossing
biedt, Heere, heilige Woord, alsjeblieft. Om Jezus' wil, amen. We zingen nog een versje op zaal
119, vers 18. ZANG EN MUZIEK MUZIEK Geliefden is dit gedeelte, maar
daarvan weet u het antwoord wel. Het gebed van een onbekeerd mens,
nee, dit is het gebed van Gods kind. In de eerste plaats weet die
de weg niet te gaan. Wat zei hij? Nee. Wat is het, Heer, leer mij de
weg. Je zou toch zeggen, dat kind
van God weet dat niet. Weet je wat een Heer overlaat?
Een arm en ellendevolle dat op zijn naam hoopende is. Er zijn van die mensen die weten
al waar ze lopen moet, maar Gods arme ziel weet niet. Leer mij de weg. Twee, geef mij
verstand. Ik kom ook al op terug. En ik zal u wethouden. Ik zal
ze onderhouden met ganse hart. Dus die mannen hebben ook geen
verstand daarvan. Godvolken hebben geen verstand
van je. Nou, dat hoor ik nooit. Nee,
dat weet ik wel. Ze hebben allemaal verstand in
de broekzak. Godsvolk weet het niet. Derde, doe mij treden op dat
pad. Niet alleen wijs mij de weg,
geef me verstand. Je kunt de weg weten, je kunt
verstand hebben. Het gaat tenslotte om de vrucht.
Doe mij treden, want die man die weet niet hoe die er komen
moet en hoe die gaat. Nooit verhoord, nou ja, nooit
verhoord. En dan twee bezwaren in de wandel. Zie maar, neig mijn hart tot
uw getuizelenis en niet tot gierigheid, want gierigheid Het dienen van
de mammon is de bron van alle kwaad. Dus die staat tegen. Twee, houdt mijn ogen af van
ijdelheid, van wat niks is. Weet je wie ze zo heten? Abel. Nothingness, niks. Abel was niks. De wereld is niks. Dat is een wereld van ijdelheid
zonder God. Dus, twee bezwaarden. De derde,
bevestig die zeden. Die mensen zeggen niet, ik ben
gezegend, ze zeggen heren, bevestig het aan me, maak het vast, want
ik ben wankelende. En hij weer iets, weer een beetje
bezwaar, hij zegt heren, dat ik niet, omdat ik gesmaat word,
afval, Kijk, wend mijn smaatheid af,
mijn smaatheid. Ik vrees, ben bang voor schampere
woorden, voor smaad. Wens hem al uitschelden, verspotten
en honen. Och heren, dat ik er nog niet
aan val en overval. Wel uw rechten zijn goed. En dan het laatste, dat sluit
het eigenlijk mee af, dat is heel mooi. Zie ik heb een begeerde tot u
bevreden, maak mij levend door uw gerechtigheid, niet mijn gerechtigheid,
niet mijn gehoorzaamheid, maar de gehoorzaamheid van Christus. De Heer onze gerechtigheid. Ik zal direct het woord gebruiken
dat die geld is de vervulde wet. En de vervulde wet volgens Jacobus
is de wet en vrijheid. Niet een ongewonde vrijheid,
maar liefde. Want liefde is het meeste. Zie, dat is de kracht. Ach die liefde, die God zelf
heeft en die hij geeft, want we bewinnen omdat we bewind worden. Dat is niet onze liefde. En kijk, dan ga je verstaan wat
dan die psaallichten laten zeggen. Hoe lief heb ik u wets. Schots wets. Gods recht. Hoe liefhebben we dat? En het meeste van die is de liefde. Want zonder die liefde ben ik
een klinkend metaal en een luide schel. Nou, daar eindigt het
mee. Mooi, hè? Dus niet mijn liefde,
eerst zijn liefde en weder liefde. Want we hebben hem lief, omdat
hij ons eerst heeft Lief God, dan ga ik naar de details. Groeide vrienden, Heere leermijden,
weg uw inzettingen. Weet je wat er echt staat? Dat
woord leren, in het oud-Hebreeuws betekent dat eigenlijk wijzen
met je vinger. Zoals een meester naar het bord
wijst en zegt, heren wijs mij toch de weg, want ik weet het
niet. En laat uw vinger mij sturen. En weet je mensen, dat heb God
volgens mij elke dag nodig. En ze zeggen, als die vinger
mij blijft sturen, kom ik aan het einde van de reis. maar als
die vinger mij niet meer stuurt. Kijk, wij gaan altijd raden bij
mensen, of bij de meerderheid, of bij een kerkgenootschap, of
bij vrienden, of bij kinderen gods. Mag wel. Maar die psalm die hij zegt,
wijs mij de weg, ontvliegde vrienden. We kunnen wel eens wat zeggen,
maar niemand zal het smalle pad kiezen. En dan zegt de Heer,
je moet door dat deurtje jongen, van rechts naar rechts kijken. Is dicht he? En meer, misschien zit er vanavond
iemand op een knooppunt en die weet werkelijk niet wat de Heer
nou van hem vraagt. Dan zegt de Heer, wijzig met
uw vergaanwijziging moet. En blijf mij toch aanwijzen,
want er zijn duizenden die zeggen, zo is het. Maar Heer, leer mij
ze verachten. En leer mij U geboden. Het gaat altijd om persoonlijke
overtuiging, persoonlijke gemeenschap. persoonlijk onderwijs. O ja, er is een adeling, maar ik heb het
wel eens gezegd op een synode, en die zei, ja, ik ben er toch
tegen en dat gelijk, maar de meerderheid was ervoor. Toen
zei ze, waarom? Hij zegt, mijn hart zegt het,
God zegt het in mijn hart. Maar ik zal je één ding vertellen,
als je daar iets bij bevinding van hebt, ga je het eens afvatten. Want de meesten kennen de heren
niet. Komen met hun ellende bij God
niet, ook naar ontvangen genade niet. Weten precies hoe ze gaan
en staan moeten. Gods volk weet het niet. Heren, hij maakt wij uw leven,
uw woord, geef mij. Kijk, als je nou een kind wil
hebben, wat krijg je nou? Leven! Heren, wacht even. Geloof je dat? Ja. Heren, mag
ik vandaag daar naartoe? Vindt u dat goed? Of heb je het besluit al genomen? Hm? Leer mij uw weg, wijs ze mij
eens aan, heer. Als uw weg niet is, hoop ik om
niet te wandelen, hoor. Maar als u op uw weg is, dan
zal ik tot het einde toe zulk gewonde wegschijnen. Maar laat me niet een oogenblikje
zonder u zijn. Een oogenblik. Maar ja... Waarom doe je zo? De nere zegt
het. Waarom ben je nou niet mee met
alle mensen? Kan niet, de nere is zo. Dat
is de weg. En ik heb je al gezegd, dat is een
eenzame weg. Meestal, meestal. De wereld telt op vingers. Gods volk heeft maar één vinger,
Gods vinger. Als die op zijn plek is, 2. Geef mij het verstand. Weet je wat dat betekent? Oorspronkelijk
in de frontaal betekent dat, leer mij separeren. Nu misschien wel recht, als in
de preking de separatie ontbreekt, is de preks geen preks. Leer mij onderscheid zien. Weert U me dat? Dus waarheid en valsheid, of
halve waarheid, is ook geen waarheid. En het geloof spreken zonder
dat de wet voorgaat, is een leugen. En u moet onthouden, geliefde
vrienden, uiteindelijk in de vrediging gaat maar over één
ding, dat is het offer. Dat is Gods rechtenstoel. Kijk, als die offraar komt, dan
moet die niet zijn kleren scheuren, maar een gescheurd hart hebben.
Schuldig staat, aardig. Doodvast. En dan een wonder boven wonder. Net zoals die kruisdrager, een
vogeltrager. Dan zegt een heren jongetje,
jij kunt niet betalen. Mijn zoon gaat het voor je betalen. En dan word je naar rechtszaal. Dus het is een rechtsomgronding,
een rechtsombloting, dus ook een rechtsverzoening. En als je dat niet hoort, dan
heb je geen separatie gehoord. Daarom zegt die machine natuurlijk
altijd, hebt die gelijk in, als de separatie ontbreekt, is de
prik niet zuiver, nemen ze alles mee. Heren, leer mij separatie, want,
moet je luisteren mensen, zij leren tegenwoordig al honderd
wegen, met zomaar één. En die zegt vroeg dopen, die
zegt laat dopen, weet ik het. Ja, ik kan nog meer noemen. Ik
heb al een dongerling gehoord die zei, het begint met de dankbaarheid
en dan kom je bij de ellende uit. Ik zei, man je bent een
grote dwaas. Zich verraast. Onderscheid tussen waar of al. En ik zei, als het 99% niet waar
is, is het helemaal niet waar. is honderd procent een miet. Ah man, nou is dat toch lelijk
te doen, nee hoor. Nee, nee, nee. Nee. Absoluut niet, nee. Ik heb er vreugde in. Heren, leer mij die separatie,
want anders ga ik overal mee, mee hier een pootje daar en dan
nog een en dan die dominee zus en dat volkje zo. Amen. Christus is wel middelaar van
het verbond, maar niet hoofd van het verbond. Leren ze me
duizenden tegenwoordig. En dan leren ze er nog bij dat
je door de doop in het verbond overgaat. Maar de katechisme zegt anders,
de katechisme zegt, Gij zijt in het verbond en gehoord gedoopt
te wezen. Zelfs dat kind van David was
maar zeven dagen, dus niet gedoopt, niet besneden. Maar het was wel
een bondelingetje. Na de verbond in Christus, David
zegt, Gij zult op mij niet wedekenen wat ik wil doen. En is dat mooi? Zo zijn er hier ook kinderen
verstorven. Ik weet het nog, jongen. Dan mag ik misschien wel eens
zeggen. Jij zult het op mij niet weten,
Gerard, maar ik wil het op jou. Voelt u wel? Maar er is geen separatie meer. Je moet heel de gemeente meenemen,
ja, ja, ja. En als de dominee houdt, houden
ze allemaal en hebben ze allende kennis, niet waar? Nee, niet
waar, nee. Nee. Als het een ernstige preek
is, worden ze allemaal ernstig. En dat duurt een halve dag, zijn
ze niet ernstig meer. Nee. Nooit meer goed te doen, wat
die jongen me heen schreeuwt. Een vriezende, een grote vriend. Nee, maar zo leert onze gemeente
dat. Ja, ik zei, kan wij weer wat
schrijven? Niks. Zo leert onze kerk dat. Ik had
van de week nog een gesprek met mijn vriend dokter, op het hoofd
professor. Ik zeg, hij zegt, Jochi, we zijn
de wet kwijt geraakt. En er is geen plaats voor Christus
meer. die de wetsvervuller is. Als
hij bij het kruis komt dat hem opgelegd is, het kruis van Christus
zeggen ze nu aan. Hij droeg zijn eigen kruis en
dan komt hij bij volgoed aan en dan draait een Heerde Jezus
zich om. Dan zegt die jongen, geef mij je kruis maar, want
je kunt niet betalen. Daarom zegt Abraham, hij zal
zichzelf een lam ten brandstoffen voorzien. Maar jongetje, jij
kunt niet betalen. En dat lam was ervoor dat Abraham
er was. Nou geloof ik altijd dat een
van de meest belangrijke hoofdstukken van de Heerlijke Schrift is Genesis
22. Dan vindt u de ganse inhoud en
zaligheid, het lam op de berg geslacht. Er staat nu de moskee op, die
zwarte steen. Want het dagelijks offer is weggenomen,
is maar één offer overgebleven, door welke alles ontmaakt wordt.
Die door een waar geloven, zo verloren zonder hem leren kennen
in de openbaring en toepassing. Ach vriendje, dat dacht je, dat
weet ik niet wat er toen gebeurde. Puntje destijds. Heel de wereld werd nieuw. Ik was als een stinkpaard thuis. Pak de zonde weg. Nou leed vrede maar op liefde
uitgestort in de ziel. En ach vreesde niks. Nee vriend. Maar duurt niet lang krijg je
zelf terug. Valt zwaar tegen, zwaar tegen. Kijk aan de, kijk, hij nou, die
zal wel naar benen. Wijs mij heren, want alles, nog
weg. Nee, nee, ga ik verkeerd. Betrouw ik u, maar dan ga ik
helemaal verkeerd. En geef me verstand, separerende,
wezenlijkheid. Dan zal ik die onthouden van
ganser hart, onderhouden van ganser hart. Kijk, als je op de rechterweg
gebracht wordt, en je bent een kind van God, kan je je hart
mee. Kan je je hart mee. En als jij je hart weet, geweten
tegen, dan staat er, derde, Nou, nu weet hij dat, dan vraagt hij
of de Heer hem dat leert, want hij weet dat niet en hij zegt,
Heer, nou kan ik nog niet eens op dat pad lopen. Hé? Nee. Nee hoor, nee. Nee, nee. Moet je maar lezen. Doe mij treden op het pad uur
geboren, daarin heb ik lucht. Kijk op het pad der geboren,
wat is dat nou? Het komt toen in het laatste
vers uit. Dat zijn de geboren Christi. Liefde tot een vijand. Weet je wat je voorbestemd? De weduwe en wezen bezoeken in
hun verdrukking. Nou de weduwe en de wezen, een
kenmerk van de kinderen gods, het zijn weduwe zijn wezens,
maar ook echte weduwe weden. De eenzame, de miskende, degene
die de wet niet weten, de dwazen, de gansmoedig en verslagenen,
de alleen gelatenen, Nou ja, heren, doen we dat zo,
want... Zal ik u wat vertellen, mensen?
Moeten we dag en nacht roepen? Moeten we dag en nacht roepen? En hij heeft niet geroept, maar
hij heeft verder geweten. En we roepen het niet, daarom
roept hij God en zegt, heren, doe u dat dan. Niet ik. Wie vader of moeder, zoon of
dochter, liefhebben over meis, meis, nie waar. Nee. Kijk er wat tegen. Of je daar
wat tegen kunt of niet, maakt me niks uit. Dit zegt God, is het woord. Je biedt hem. En ik zal Want daarin heb ik
lust als liefde. Lust is een vrucht van de liefde.
Nou, het zijn drie dingen. En hij kan het allemaal niet. Hij weet het allemaal niet. En hij kan zijn voeten niet vinden
op dat pad. Niet. Enkel vlees. Maar ik kan het niet verdragen
van zichzelf. We hebben vorige keer gezien, mijn ziel kleeft
aan het stof. Vlees. Nou, een tegenkanting. Neig mijn hart tot uw getuigenis
en niet tot fierheid. Dat is het dienen van de geldgod,
de mammon. De geldgod, de liefde tot het
geld en eer is de wortel van alle kwaad. Nu zult U zeggen, hier staat
het, dat een heren je kan leiden tot de geldgod. Kan soms in de weg der beproeving. onder de toelating God. Dat is
het tweede, he? Het is de geopenbaarde wil van
God. Maar soms is er ook de verborgen
wil van God. En de verborgen wil van God is
de toelating. Om je te laten gaan. Om een ogenblikje te laten gaan. Met al die dingen die we bezighouden,
wat we door God niet bezighouden zoekt het u de wortel van alle
kwaadheid. O wie heeft dat niet? Nou eerlijk. Er zei eens iemand tegen mij,
de partij die het meeste heeft in de wereld is halen, hebben
en houden. Weet je, mensen, als ik eerlijk
ben, zitten hier ook. En wij zijn er ook van afgeren,
want anders haak ik er in onder. Men kan zelfs er niet mee breken,
hè. Kijk, je kan wel weglopen, maar
niet terugkomen. Staat ook in psaal 9, dat is
heel mooi, hè. Of God zich bekeert. zich weer
naar je toekeert, waar je van hem afgekeerd was. Mijn lieve vrienden, zit hier
nog voor die mensen, die met zichzelf geen raad weten. Ja, het zal wel mis weten met
mij. Er zal nog nooit wat van waar
geweest zijn, want daar heb ik stukken gedachten mee. Maar gevlees vergeet één ding,
vlees strijdt en vlees blijft. En dat onderwerpt zich de wet
God. Daar begint hij te roepen. Op dat God strijden met zijn
vlees. En overwinnen. Kijk, soms zijn er zonden die
komen tot je. En je voelt de macht van de zonde
en je weet ze niet te breken totdat God ze breekt. Dus eerst een begeerte tot de
zonde en dan de daad van de zonde. Nou de fariseeën zeiden die begeerte
is niet erg. Dus de geestelijkheid er weg. Ze zeiden alleen de daders zijn
zonde. Dat is niet waar he? Want wie een vrouw aanziet om
te begeren heeft zonde gedaan. Uw begeriging naar geld heeft
zonde gedaan, opdat ge nooit iets zoeken bij uzelf, maar in
en uit hem al heen. Zit er iemand in de knoop vanavond? Hij zegt Amos die knopen ontbinden. Nou, daar zijn we. Hij zegt, wend mijn ogen af van
de ijdelheid. Natuurlijk niet de natuur ook,
ook dat. IJdelheid der ijdelheden, het
is al ijdelheid. En als jullie dat in prediken
lezen, bedenken dat alles wat zonder God is, is ijdelheid. Dus wij zoeken vaak heel veel
dingen die zonder God zijn. Kijk, dat is de dwaling van ook
de christelijke politiek. Daar zoeken we oplossingen die
zonder God zijn. Ik heb weleens gezegd, politici
in deze dagen kunnen alleen profetisch arbeiden. Een profetisch woord. Een kind van God, hè? Een urnenmuur gebouwd in een
stadje, een kind van God. Heren, moet dat nou in ons stadje,
een urnenmuur bouwen? O, men scoomt ermee onder God
terug. En de heren zeggen, ik zal het
maken. Toen vraagt ze aan die burgemeester
of ze in de gemeenteraad spreken mag. Hij zei, maar wat? En er lag zoveel slag, dat er
een in de muur kwam. Voelt u? Maar wij zoeken vaak het isolement. En we denken dat we achter bepaalde
muren veilig zijn. Maar ik zal je één ding vertellen,
alle muren zijn nu gebroken. Geen muur meer niet staan. Niks meer. Laatste. Moesten, nee. En als we nog door genade de
moed hebben eerlijk te handelen. Een wonder, he. Meegaan, makkelijk. Dat is een mooie gelijkenis van
de vissen, he? Hoe ze vissen vangen. Dan vangen ze twee soorten vissen,
levende vis en dode geraamters. Staat de letter. Gelijkenis. Nou, vertel me nou eens. Wie gaat met de stroom mee? Dode vis. Altijd met stroom mee. En een levende vis gaat altijd
tegen de stroom. Ja, maar zo wil ik niet hoor.
Dan heb ik smaakheid. Dan gaan ze een beetje spotten
en dan lachen. Nou ja. Dat is gebeurd. Dat een heren
toch opening gaf. En zei, de weg des herens volmaakt
zich goed, heren. Al gooi je ze maar eruit. Doe
maar. En al wil u ook niks meer van
me weten. Dat kan ik goed begrijpen. Kijk, dan krijg je afhankelijk
leven. Toen word je de paus niet geregeerd
door een predikant. Dan gaat God geregeren in je
leven. Koning krijgt derd hevelen. En als ze dan domineren en je
mag niet zeggen dat Christus alles is. Anders dan werkt de
duivel in je, dan werkt de duivel in die man. Wat ben jij zo? In? Alle. Of niks. Of niks. Nou. Dan wat? Af, we zingen maar een feestje
nog. Nu is het leven. MUZIEK. Ik wil eigenlijk een gedeelte
behouden, ook in dit verband met Jacobus het eerste hoofdstuk. En ik lees u dat. Vers 27 tot en met het einde. Nee, 22. En zijt dades des woords,
en niet alleen woordes, heb ik, hè? Leer mij het pad uw geboden
bewandelen. Uzelf met valse overleggingen
bedriegende, dus die alleen een hoorder is en geen dader, Die
wegen niet krijgt te wandelen, omdat God hem dat leert. Het
is een bedrieger. Hij bedricht zichzelf. Want zo iemand is een hoorder,
deshoord zijn niet een dader. Dat is een man gelijk die zijn
aangeboren aangezicht bemerkt heeft in de spiegel. Wat is de
spiegel? Dat is de wet. Je kan ook wel zeggen, dat is
Christus. De lezende wet. Wat gaat er onderweg? En wat ziet hij daar? Zijn aangeboren aangezicht. Een gezicht is altijd het beeld
van de ziel. In het gezicht zie je de ziel. Dus zijn gevallen natuur, zijn
verzonderte ziel, ziet hij in de spiegel daar weg. want hij heeft het zelf gehad
bemerkt en hij wilde er niet van weten. Hij is weggegaan. Hij zegt mij te zwaar. Zo erg is het niet. De Bijbel is niet goed. En we hebben met de wet niks
mee te maken, die lezen ze niet meer bij de heuvelen, die lezen
ze in de kerk, niet, niet. Hij zegt, ik ga veranderen van
kerk, mij te zwaar. Pech aan. Want hij heeft zichzelf bemerkt,
is weggegaan en heeft er stond. Vergeten hoe het daarnet was. En gooit het ook nog van zich. Niet meer aan denken. Niet meer aan denken hoor. Veel te benauwd. Nee. Maar die inzieten staat, eigenlijk
letterlijk die buigt. die op de grond gaat kruipen
en inziet in de volmaakte wet. Nog heel veel mensen leggen dat
wetjes uit en zeggen dat het de wet die volmaakt is. Nee,
daar staat de vervulde wet. Gemeenten, lieve vrienden, mensen
die meeluisteren. Er is er één die de wet vervuld
heeft. Je moet altijd onthouden van
de Heer Jezus. Hij is wat ik niet ben. Hij doet wat ik niet kan. En
hij betaalt wat ik nooit meer betalen kan. Nou, dan leef ik de bouwer onder
dat oordeel. En ik krijg die in te zien in
de volmaakte wet. Wat voor wet? Die der vrijheid is. Want waar de geest God zit, is
een vrucht van genade, daar is vrije, wacht even, niet ongebonden,
maar gebonden vrijheid. Door de liefde aan God worden
we. En daarbij blijkt, wat niet iedereen
blijkt, sommigen hebben gesmaakt de breezer spier, het goede woord
God, en keren zich toch af. Er is dus soms een tijdelijk
ontvangen van de bediening des Geest. En toch afpakken. En dan zegt de Heer, niet meer
voorbidden, zegt Paulus. Nee, afgelopen. Maar daar ben je blij. Deze geen
vergetelijk gehoorde geworden zijnde, maar een dader des werks. Dat is de vrucht. Door de liefde. Heb ik al gezegd. Zij is gelukzalig in dit te doen. Ja. Want de liefde van deze is meest
en de liefde verleden, de groot God. En indien niemand onder u denkt
dat hij goddienstig is en zijn tong niet in toom houdt, maar
zijn hart verleidt, dezelfde goddienst is ijdel, is niks,
niks waard. Maar de zuivere en onbevlekte
goddienst voor God en de Vader is deze. Weed u en wees u bezoeken
in hun verdrukking. en ze zal onbesmet bewaren in
deze wereld. Schanaal. Doe je dat? We hebben het net
gezien. De Heere Woerhoff. Nou, ik ga nou verder, want ik
kom straks erop. Bevestig uw toezegging aan uw
Knecht die uw vrezen toegedaan is. De Heere spreekt één keer
en tot twee keer toe. Al Godvolk. Twee keer. Hij bevestig de zegen. Hij maakt het door de bediening
des Geestes vast. Uw vreze is de kinderlijke vreze,
niet de angst waar ze ze lieten. Ik heb niet ontvangen de geestelijke
vreze wederom. Tot veroordeling zeg ik. De geest, van aannemer tot kinder
door welke de kerk roept, die vervaart. want dat had hem. Nou, hij zegt, heren, maak het
toch vast. Zingt David ook het? Neem mijn hart op de vrezen van
uw naam. Bevestig aan uw knechten zegen. Geef het niet over aan ijdelheid. U alleen kunt dat doen. Nou dan heb je nog iets, als
je deze weg gaat wandelen en mag wandelen, als de heer je
daartoe afzondert, toch opbekeert, dan word je gesmaakt. Kolbrugge zegt mooi, hij zegt,
vroeger groepte ze me allemaal, Kolbrugge, dag Kolbrugge. Maar toen Christus in mijn ziel
geboren werd, zegt hij en ik hem Als ze me volkomen zalig
maken. Wijsheid, gerechtigheid en heligheid. Groeten ze me niet meer. Het
lijkt wel of ze getrokken zijn. Nog zo. Ik zei, met die man moet je niet
te doen hebben, die maakt je allemaal pessimistisch. Niet waar. Maar het oordeel gaat voor de
prijspraak. En de veroordeling voor de verzoeking. Hij zegt, heren, maar ja, ik
ben bang als ik gesmaakt word, dat ik niet standvaster blijf. Ik heb veel mensen geroezen. Hij zegt, heren, wil je uw smaatheid? Nee, mijn smaatheid Als ik gesmaakt word. Dat de haftakken niet invallen
en overvallen. Die ik vrees, hij zegt, ik ben
bang. Als ik verwolgd, bespot, gehonderd,
geslagen, geplaatst, gekruiseld word. Je weet Johannes Huss zit in
de gevangenis. En dan komt een man bij mij en
zegt hij, je kunt vrij worden. Ik zei, nee. Ik zal leiden om Christus wil
en naar huis gaan. Welke rechten zijn goed? Vertrouw op uw gerechtigheid. Niet mijn rechten zijn goed,
maar uw rechten zijn goed. Nou, daar begint hij he. De liefde
gaat werken, ik heb hem beheerd. Maak mijn leven door uw gerechtigheid. Mijn lieve vrienden, gezijd tot
het minste niet bekwaam, maar tot alle dingen die niet behoren,
ook de ontvangenaar. En hoe vraagt die de levendmakende
bediening om alleen uit de gerechtigheid van Christus te leven. uit zijn volbrachte offran. En ik denk weer aan Abraham,
Genesis 15, staat dat hij een toegerekende
gerechtigheid kreeg op het geloof, in het zaad, Maar dan komt de Heer er terug
in Genesis 17 en dan zegt hij, wandel tamim voor mijn aangezicht. Wie is het aangezicht? Dat is
Christus. En tamim betekent niet alleen
oprecht, maar ook volmaakt, volwassen, volmaakt. Dus wandel volmaakt. Wij denken als we met God te
doen hebben, kunnen we onvolmaakt wandelen. Nee, dat kan niet. Moet je niet eens willen. Gedoofd God niet. En dan krijgt
die een verbond, een verbondsteken. Dat is de besnijderis. Dat geschiet met een mes, een
stenen mes. En een deel van de voorhuid,
dat is de oude natuur, wordt afgesneden. En het bloed komt op het zaad.
Maar goed, het gaat nou te ver, daar gaat het allemaal niet op
in. Maar, dan staat in Romeinen 5 en 11 dat de bescheidenis het teken
was van de gerechtigheid ofwel de rechtvaardigheid desgelogens. Dus in Christus wandelde hij
voor God rechtvaardig! In Christus! Hij heeft de hele tijd ongebeden. Want hij ziet geen zonde meer
in zijn Jacob en geen overtreding in zijn Ezra. Als dat u de beurt
valt. Want hij ziet u aan in zijn lieve
zoon. De Heer een weinige rechterheid,
meer heb ik niet en meer wil ik niet. De rest mag hij allemaal
hebben, loopt omhoudt hij ze. Geef mij Jezus, want ik sterf. Nee, nee, nee. Zet de hobby's, of ik sterf. Of ik sterf. Kijk, je krijgt leven buiten
jezelf. Die zegt, ik ben de weg. Ah heerlijk,
daar ga je in staan. Wordt omgeleefd. De waarheid wordt omgeleefd. Bevindelijke goddienst. En het leven. Wat de vriend Freek in Werk en
Damkind verhaalt, Zijn vrouw werd bekeerd, hij
werd vijandig. Hij trok een geel pak aan haar
rode stront af. Hij ging met God vechten. Verloren
zaak hiervoor. Toen kreeg hij zijn kind een
pinda in de neus. Ja, nou praat je toch gekker
dan je neet, zeg maar. En het kind stond op sterven. Verstikken. En toen zag hij het als een schuld. En wanneer vernoemden ze al dat? God in Christus heeft hem gevonden. Toen was zijn lieve vriend van
hem, elke maand dat hij in Amerika was, belde hij een keer en ik
met hem. Ja, wie ben ik? Hij was het. Kijk, zoie! En dan vreken die,
ach dominee, ik deug niet, klopt precies jongen. Maar er is er
een die voor je deugt. Ja dominee, ik geloof dat. Die
zeggen, hoe dieper je die leidt in de ontdekking. Weet je wat
ze vroeger zeiden? Ontdek de kerel. Kan niks van
zichzelf. God nodig. Ik zeg, hoe diep die leidt in
je vleeslijk bestaan, hoe heerlijker dat adem lijkt. Heer bevestig
mij de zee. En zo mag de kerk nou wandelen. De vrijheid is niet een vleeslijke
vrijheid, dat is niet de vrijheid des vleesjes, dat is het kindschap. En die vrijheid is de vrijheid
en liefde om eerder tevreden, mogen het zijn, in zijn wegen
te wandelen. En dat is een liefdedienst, vrienden. Oh, dat is zo'n liefdedienst.
Dat is een eer dat dat rommeltje soms eens opruimt in je leven. Ik wens het je alle toe. Hoef je niet duizend boeken meer
te lezen. Want die zegt dit en dat, ik
heb allemaal commentaaren maar op de beeld gegooid. Ik zeg,
heren kwijtst u het met uw vinger alstublieft al genoeg. En neig mijn hart dus tot te
vrezen van uw naam. Want als ik die theologen zie,
dan vechten ze zo hard met elkaar en boven juichen ze samen. Dat
zou ik maar niet doen, nee. Dat is ook niks. Nee, nee. Ja, Luther, dit Calvin, ja, ja.
Maar geloof dat ze bijbestanden jouw gevoel, en dat ze mee zijn
om het eeuwig welbegaan. Want God was ons ten schuld in
het strijdperk van het leven, en onze koninges van is als God
gegeven het zuil geschonken, met een aanval, en bij de verdere
voortduur, tot lof van zijn heerlijke naam, het enkelgenade, amen,
laten we eindigen. Ach Heren, als u zegt ik luister niet meer
naar je, luister dan naar uw Zoon voor mij. Want u hebt gezegd, Heer Jezus,
indien Hij is witt in mijn naam op mijn rekening, op mijn persoon,
op mijn arbeid, op mijn verzoenende arbeid, Mijn vader had ook gehoord. Oh, hoor ons dan, alsjeblieft. Om Jezus' wil. Amen. We eindigen met de laatste versie,
denk ik maar. Dus 20. Ja. GELUID VAN MUZIEK EN ZANG. MUZIEK. U mogen dan in vrede naar uw
huizen gaan. O Vader, dat uw liefde ons blijkt. O Zoon, maak ons uw beeld gelijk,
O Geest. Zend U het troost ons neer, drieëne
God, Uzij al de eer. Amen.
Psalm 119 (5): Geef mij het verstand
Series De Psalmen
HE. Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden
| Sermon ID | 1030243545553 |
| Duration | 1:11:21 |
| Date | |
| Category | Midweek Service |
| Bible Text | James 1:22-27; Psalm 119:33-40 |
| Language | Dutch |
Documents
Add a Comment
Comments
No Comments
© Copyright
2026 SermonAudio.